Auteursarchief: Volkert Groothoff

‘VAN GRIJS NAAR GROEN’

In het voorjaar van 2017 gaat DeNatuurvanVroeger NU in samenwerking met de VHG (branchevereniging voor mensen werkzaam in het groen) aan de slag met het project ‘Van grijs naar groen’. De bekende fruitteler Anton Goes uit ’t Goy ondersteunt dit project met zijn ruime praktijkkennis.
Dit project is tot stand gekomen dankzij een initiatief van het DuurzaamheidsFonds Houten en dit fonds levert achteraf een bijdrage in de vorm van subsidie voor de helft van de kosten.

Versteend

Het project ‘Van grijs naar groen’ is vooral gericht op Houten Zuid en beoogt uiteenlopende positieve milieueffecten te bewerken. Het project is speciaal gericht op mensen die in de nieuwbouw, versteende tuintjes hebben.
Waar moeten we dan zoal aan denken? Met name in Houten Zuid vinden we tegenwoordig veel tuintjes bij de woningen die grotendeels uit steen bestaan. Voordat in Houten Zuid grootschalige nieuwbouw kwam, was het een agrarisch gebied waar naast weiland veel boomgaarden te vinden waren. Nu Houten Zuid grotendeels ‘versteend’ is heeft dit diverse consequenties voor het milieu. Daarbij moet men denken aan: veel minder mogelijkheid voor wateropvang en de CO2 omzetting is gedaald. En in de zomer is er minder groen (bomen) om voor beschutting en verkoeling te zorgen.

In 2015 heeft Maria van de Looverbosch voor Arthur Vierboom zijn versteende voortuin veranderd in een tuin die overeenkomt met zijn familienaam: Vierboom. Een van de bomen is een appelboompje dat het afgelopen jaar talrijke appels opgeleverd heeft.

In 2015 heeft Maria van de Looverbosch voor Arthur Vierboom zijn versteende voortuin veranderd in een tuin die overeenkomt met zijn familienaam: Vierboom. Een van de bomen is een appelboompje dat het afgelopen jaar talrijke appels opgeleverd heeft.

Het project ‘Van grijs naar groen’ wil, uitgaande van het landschap dat nu in Houten Zuid verdwenen is, op een andere wijze iets van dat beeld terugbrengen! Dit komt concreet neer op het planten van een (fruit)boom of struik in een versteende Houtense tuin.

De kosten worden voor de helft vergoed (achteraf) middels een bijdrage van het DuurzaamheidsFonds Houten. Wat betreft die kosten moet men denken aan bedragen van rond de dertig euro, dat hangt af van de boom die men kiest. Men kan een fruitboom kiezen, ook speciaal een oude soort. Het voordeel van een fruitboom /-struik is dat men dan zelf van de fruitopbrengst kan profiteren. Men kan ook een andere boom kiezen, een loofboom die bijvoorbeeld de zelfde leeftijd heeft als een kind of kleinkind en die qua ‘karakter’ aan dat kind doet denken. Er zijn uiteenlopende mogelijkheden. Die informatie zal op verzoek geleverd worden.

Het is zonder meer de bedoeling dat de mensen die een boom willen planten voldoende informatie krijgen over de aanplant en verder over bomen en de groene geschiedenis in en om Houten.  DeNatuurvanVroeger NU  hoopt daarmee niet alleen het milieu in Houten positief te beïnvloeden, maar ook het denken over bomen in het algemeen.

Vanaf april 2017 kan men contact opnemen via e: info@denatuurvanvroeger.NU  of t: 6373591 / 06 10206846 voor informatie en eventueel een afspraak.

Groene cultuurgeschiedenis

De cultuurgeschiedenis van bomen en heesters is een nog weinig ontgonnen onderzoeksterrein. (Maes, 2011) Wanneer mensen denken aan geschiedenis dan wel cultuurhistorie, dan zijn het vooral de gebeurtenissen, de geschiedenissen rond (van) mensen die de belangstelling wegdragen en daaraan gekoppeld de locaties waar deze gebeurtenissen plaatsvonden. Bij die locaties kijkt men in het algemeen naar bouwwerken zoals oude huizen, kastelen: de z.g. rode cultuurhistorie. Daarnaast is er ook aandacht voor locaties buiten, in het veld, waarvan uit overlevering bekend is dat daar gebeurtenissen zich afspeelden, of waar door ter plaatse gevonden voorwerpen, iets van historie te vinden is.

Hetgeen ik in dit artikel wil bespreken wordt daarbij vaak slechts beoordeeld als ‘toevallig aanwezig dekor’ en niet opgemerkt als beduidend voor de historie. Dat is jammer want daarmee wordt een belangrijk deel van de cultuurhistorie over het hoofd gezien. Maar dat niet alleen, want door onbekendheid en helaas ook onkunde gaat te veel ecologische erfgoed verloren. Bij het beheer en de restauratie van historisch plantgoed, moet men allereerst uitgaan van het juist definiëren van historisch plantgoed. Daarvoor is een gedetailleerde kennis van de soorten nodig qua eigenschappen en historische aspecten. Men moet weten dat bomen niet simpelweg vervangbaar zijn, omdat in het verleden specifiek plantgoed van bepaalde soorten, variëteiten en klonen werden toegepast. Om hier in alle details op in te gaan dat voert voor deze tekst nu te ver, maar ik hoop wel hiermee een lans te breken voor het met veel meer zorgvuldigheid groene cultuurhistorie beheren door nu nadrukkelijk aandacht te vragen voor dit ecologisch erfgoed, want ook vegetatie in tal van soorten en vormen speelt een belangrijke rol als cultuurhistorisch erfgoed en is zeker niet alleen maar wat ‘aardig groen’.

Monumentaal erfgoed

Bomen en struiken zijn een wezenlijk onderdeel van het cultuurhistorisch en monumentaal erfgoed en daarbij kan onderscheid gemaakt worden in:

  • groenelementen die raakvlakken hebben met de monumentenzorg én
  • groenelementen die onderdeel zijn van het historisch agrarische landschap (wat wij in Nederland vaak als natuur ervaren…).

Wat daarbij beklemtoond moet worden is dat bij specifiek natuur en natuurlijk landschap het dan de autochtone bomen en struiken betreft! Dus die vegetatie die van oudsher hier natuurlijk voorkomt en dus geen exoten die ingevoerd en hier aangeplant zijn door de mens. (Voor meer concrete details zie Bert Maes, 2006 en 2013.) In ons cultuurlandschap, natuurgebieden reservaten zijn deze bomen en struiken de belangrijkste dragers van de leefgemeenschappen, omdat veel andere organismen ervan afhankelijk zijn.
Daarnaast spelen in het algemeen, door de eeuwen oude bomen en landschappen voor de mens een beIangerijke rol als het gaat om een bijzondere sfeer en belevingswaarde. Ook via diverse kunstuitingen zoals literatuur en schilderkunst wordt dit onderstreept.

Bij het bestuderen van de groene cultuurhistorie moeten we kijken naar drie kenmerkende parameters:

  1. kenmerkende bomen en struiken van onder meer oude boskernen, houtwallen, hagen;
  2. cultuurhistorisch kenmerkende bomen en heesters in samenhang met gebouwde monumenten en woonomgeving;
  3. behandeling en gebruik van bomen en heesters.

Bij de kennis van historisch groen moet wel een kritische opmerking geplaatst worden.  Hoewel het belang van cultuurhistorisch erfgoed van de daarbij horende kennisvelden al wel een algemene erkenning heeft gekregen, is de detailkennis en praktijkervaring daarbij helaas nog steeds zeer gering, bijvoorbeeld ook als gaat het om plaatselijk, gemeentelijk groen- en bomenbeleid (Bert Maes, 2011).
Met name wordt met de authenticiteit van het historisch groen bij restauratie en beheer van onder meer tuinen, parken en landschap jammer genoeg onvoldoende rekening gehouden!. Het terugbrengen tot een algemeen soort ideaalbeeld, wordt inmiddels bij restauratie van stenen gebouwen als een doodzonde gezien. Bij de waardering en restauratiedoelen van historische groenelementen ligt dit echter nog heel anders. Vanuit onwetendheid ligt daar nog wel de nadruk op een verondersteld (!) ideaalbeeld en juist niet, of veel te weinig op authenticiteit. Verder spelen commercie, angst voor aansprakelijkheid een ongunstige rol bij juiste restauratie en beheer. Ook in de gemeente Houten zijn daarvan voorbeelden te noemen.

Bel Respiro

Foto 1. Prentbriefkaart van Bel Respiro aan de Herenweg in 1912 (uit de verzameling van Herman Steenman)

Te denken is onder meer aan de vroegere tuin van de notaris langs de Herenweg en de bomen voor Landlust (vroeger een uitspanning langs de weg naar het veerpont over de Lek). In de hoop dat dit zal bijdragen aan een verbetering van de aandacht en zorg voor dit kennisveld, zal ik in het tweede deel van deze tekst, hier kort nader aandacht aan besteden, geïllustreerd met enkele lokale voorbeelden.

Beukenboeket -2

Foto 2. De dikste boom van Houten tot einde 2015; een z.g. beukenboeket zoals het eerder langs de Herenweg (29 en 31) een magnifiek onderdeel vormde van de voormalige tuin van de notaris.

Natuurgeschiedenis

Eeuwenlang zijn het landschap en de natuur door de mens op tal van manieren intensief gebruikt. Dat hoort allemaal tot de geschiedenis. Het belangrijkste voor de mens was, dat de leefomgeving de eerste levensbehoefte leverde. Dat wat de natuur bood gebruikte de mens om zich mee te voeden, te kleden, een onderkomen te bouwen en om gereedschap van te maken. In de prehistorie hadden bomen tal van functies voor dagelijks gebruik, want zonder hout, bast, schors, twijgen, bladeren en vruchten had de mens niet kunnen overleven. In het vervolg van de geschiedenis volgden allerlei ingrepen in de leefomgeving; de inrichtingen van het landschap bestemd voor nuttig (handiger) gebruik door de mens, zoals bijvoorbeeld de aanleg van veedriften en allerlei wallen. (Boosten et al, 2011.) Die oude groene geschiedenis is in het landschap terug te vinden. (Renes et al, 2010.) Bij natuurlijk landschap gaat, zoals we hiervoor al zagen,om autochtone bomen en struiken.

Uit onderzoek in Nederland en Vlaanderen is gebleken dat meer dan de helft van de autochtone bomen en struiken zeldzaam is geworden en ten dele met uitsterven bedreigd wordt. Dus wat die soorten betreft staat de situatie er niet al te rooskleurig voor. (Bert Maes, 2006.) Een voorbeeld is de autochtone zomerlinde die onder meer in het rivierengebied voorkwam, maar nu geheel verdwenen is.

Linde Beusichemseweg -2

Foto 3. Misschien wel de oudste boom in de gemeente Houten, de linde langs de Beusichemseweg die volgens overlevering binnen de familie daar al sinds 1700 groeit. Dankzij adequaat optreden door de vader van de huidige bedrijfseigenaresse heeft de boom blikseminslagen en allerlei ander onheil kunnen overleven.

Bert Maes merkt hierover op dat het verdwijnen van soorten en populaties weliswaar van alle tijden is, maar door menselijk handelen heeft dit zich sinds de twintigste eeuw versneld doorgezet. Uitbreiding van steden en dorpen, de aanleg van wegen en de mechanisering en ook industrialisering van de landbouw en de bosbouw, het kanaliseren van beek- en rivierlopen, voortkomend uit een steeds verdergaande commerciële instelling van ons mensen, zijn als oorzaken aan te wijzen. En onwetendheid speelt daarbij  ook een funeste rol. De mens werkt zichzelf zo als het ware tegen, want economisch gezien betekenen de autochtone bomen en struiken een waardevolle basis voor plantmateriaal ten behoeve van houtteelt, sierteelt, aanpassingen aan het milieu en bestrijding van vatbaarheid tegen ziekten.

Essen Lobbendijk -2

Foto 4. Twee van de vijf monumentale essen langs de Lobbendijk in Houten. Bert Maes schat ze op ongeveer 350 jaar oud. Deze oude bomen hadden vroeger binnen het landbouwbedrijf meerdere ‘taken’. Zij dienden als omheining rond een weiland en in de winter voorzagen de jonge scheuten (takken) het vee van voedsel. De dikkere takken werden gebruikt als stelen voor landbouwgereedschap.

Voor nut en sier

Na 1500 ging de mens op steeds grotere schaal zelf bomen en struiken aanplanten. Hierbij hebben we het nu niet meer speciaal over natuurlijke en autochtone soorten. De aard van de groenelementen die nu door de mens gebruikt worden, zijn afhankelijk van de functie en het gebruik, dat wil zeggen: of voor nuttig gebruik zoals voor houtoogst en ook beschaduwing (bij een gebouw), of bomen en heesters voor de ‘aankleding’, boomsoorten met een bepaalde bloemkleur of het tijdstip waarop bladeren en bloemen ontspruiten: het versieren van de woonomgeving. We kunnen dan spreken van een luxe gebruik, puur voor decoratie, iets dat vaak het geval is bij de aanplant van lanen, singels en parken en buitenplaatsen. Hoewel daarbij opgemerkt moet worden dat vaak’ uitsluitend voor decoratie’ toch niet helemaal alleen het geval was, want ook daarbij werd gekeken naar praktische doelen. Immers bomen worden ook zodanig aangeplant dat zij konden beschutten tegen ongewenste weersomstandigheden, of juist de mogelijkheid gaven om extra van de voordelen van bepaalde seizoenen te genieten. Bij dit laatste moeten we dan denken aan gekweekte speciale variëteiten van allerlei bomen.
Tuinarchitecten als de Zochers en Leonard Springer hadden een grote dendrologische kennis. Maar al eerder, vanaf de late Middeleeuwen was er in ons land een grote kennis op het gebied van kweken van bomen en struiken. Die gekweekte soorten waren ook gewild in de ons omringende landen, waarnaartoe wij dus exporteerden.  Bijvoorbeeld in Hampton Court nabij Londen en in Zweden bij het koninklijk paleis Drottningholm.
Voor dit artikel voert het te ver om het juist kiezen van boomsoorten en historische variëteiten van die soorten te bespreken en ook de verschillende snoeivormen. Daarvoor verwijs ik graag naar het werk van onder anderen Bert Maes en Lucia Albers (zie: Bronnen).

Grote namen

Voor ik nu ter verheldering een aantal praktijksituaties in en om Houten wat betreft de groene cultuurhistorie ga bespreken, wil ik eerst nog wat meer zeggen over enkele mensen wier levenswerk hier zeker genoemd mag worden om de groene cultuurhistorie, het ecologische erfgoed te onderzoeken en te beschermen tegen vernieling door onwetendheid en de commercie; mensen die tal van mooie en zeer interessante en hoogst leerzame artikelen en boeken over dit onderwerp gepubliceerd hebben: drs. Bert Maes, dr. Lucia Albers en Emma van den Dool. Dankzij hen heb ook ik heel veel over dit onderwerp kunnen leren en leer ik ook met plezier bij ieder gesprek en iedere nieuw boek dat zij publiceren nog bij. Daarnaast is het nuttig om Gerrit Jan Keizer te noemen die in 2015 een speciaal boek samenstelde over alle zwammen die op en rond bomen voorkomen: Mycological Tree Assesment; Geen bomen zonder zwammen. Dit speciaal omdat te vaak oude bomen heel snel omgehaald worden als er maar een zwam gesignaleerd wordt. In zijn boek beschrijft Keizer heel gedetailleerd over het samenleven van bomen met zwammen en vaak is dat alleen maar voordelig en maakt dat een boom niet ‘gevaarlijk’. (Moge deze informatie menig monumentale boom redden van een panisch omzagen!)

Misverstand

Door tal van commerciële programma’s over het aanleggen van tuinen en dergelijke is in de afgelopen jaren meer en meer het beeld ontstaan dat groen even snel te koop en te planten is en, nadat men erop uitgekeken is, ook weer snel weggegooid moet worden.
Daarnaast heeft het commerciële denken ook tot een treurige verschraling op het terrein van het weten over groen, speciaal de groene cultuurhistorie, het ecologisch erfgoed geleid bij de overheid. Dat is naast het streven naar een ideaalbeeld en gebrek aan kennis van authenticiteit een van de gevaren die voor goed beheer en behoud van het ecologisch erfgoed op de loer ligt. Er is een denken en handelen gangbaar dat zich vooral richt op het voorkomen van kosten en daarom wat betreft het groen allereerst de veiligheid en het dus niet-aansprakelijk-gesteld-worden, voorop stelt. De praktisch technisch cursus die vanuit die optiek in het leven geroepen is en die verschillende niveau’s kent, kan min of meer gezien worden als een afgeslankte en snellere vorm van de vroeger zo degelijke praktijkopleiding tot boomchirurg. Helaas levert dit nu op het terrein van onder meer authenticiteit en historisch plantgoed nog wel eens wat teleurstelling in kennis op.

Monumentaal groen in Houten

Als we nu actueel tussen Rijn en Lek naar de groene cultuurhistorie kijken en speciaal naar die in de gemeente Houten, dan zijn het de oude bomen en struiken uit de afgelopen eeuwen die natuurlijk gegroeid of door de mens met een doel op een bepaalde locatie aangeplant zijn, die vooral in het oog springen en de aandacht trekken.
In 2013 heb ik “Bomen over Houten, Schalkwijk, Tull & ’t Waal en ’t Goy, bijzondere verhalen en groene geschiedenissen” gepubliceerd dankzij de Stichting Natuurvanvroeger NU. Ik hoopte daarmee ook in de gemeente Houten meer aandacht voor speciaal de monumentale bomen op te kunnen wekken en het behoud van juist die waardevolle groene geschiedenis iets meer veilig te stellen. Helaas kan ik nu ter illustratie een aantal situaties beschrijven, waaruit u kunt opmaken dat hetgeen ik in 2013 beoogde niet overal gelukt is.

De tuin van de notaris
Een zaak die qua beleid eens besproken zou moeten worden is, of mensen die in een groen monument gaan wonen, volledig vrij zijn om hun stukje van die tuin in te richten zoals zij willen.
In mijn boek bespreek ik (op blz. 41-43) de tuin van de notaris. Een opvallend element in die tuin was het beukenboeket, bestaande uit meerdere bomen in één plantgat. (Zie: foto’s  1 en 2).
Dit bijzonder cultuurhistorisch onderdeel van deze tuin bestond tot het einde van 2015. De plaatselijke tree-technician constateerde toen bij inspectie, dat op een deel van de wortels van deze dikste boom van Houten de reuzenzwam voorkwam. Hij sloeg meteen alarm bij de bewoners, omdat hij zeker meende dat het gevaar van windworp dreigde. Zij werden overvallen door dit bericht en wisten zich geen andere raad dan om diverse bedrijven die een boom kunnen rooien te raadplegen. Helaas zijn zij niet eerst eens heel grondig gaan uitzoeken wat er voor mogelijkheden waren om de boom -dit groene monument- nog wat langer te behouden.
Nu de boom gerooid is schijnt men er niet meer op uit te zijn om recht te doen aan de historische situatie. Een hovenier heeft er vlot een ‘alledaags’ tuintje van gemaakt, waardoor de eenheid van de eens monumentale notaristuin verstoord is.

Landlust
Aan de hand van Landlust kan ik een aantal punten in de praktijk verduidelijken die ik hiervoor noemde. Onder Voor nut en sier besprak ik hoe bomen voor praktische doelen gebruikt werden en daarbij noemde ik ook het gebruik maken van voordelen om extra van bepaalde seizoenen te genieten. Een goed voorbeeld daarvan is de z.g. Mantelinge, een aaneengesloten rij van bomen die beschermt tegen wind en regen en die, bijvoorbeeld wanneer men uitsluitend dezelfde soort lindebomen heeft, in het voorjaar een heerlijk geurend geheel , als het ware een muur van lindebloesem kan opleveren.
Daarvan afgeleid en slechts minimaal kan men de bomen zien die vroeger voor Landlust groeiden. Om dit te onderzoeken komen we bij een volgend aspect dat met het onderzoek naar ecologisch erfgoed verband houdt.
Voor het onderzoek naar de cultuurgeschiedenis van bomen en struiken worden schilderijen en oude foto’s gebruikt. Wanneer we de omgeving van Landlust op oude beelden bekijken, dan zien we dat oorspronkelijk er drie bomen voor het pand stonden. Op te maken uit oude foto’s is dat in tijdens de Eerste Wereldoorlog die bomen gekapt zijn, maar in 1919 zijn er twee jonge zilverlindes gepoot. Juist zilverlindes zijn speciaal geschikt als zonwering en als ‘geurende muur’ in het voorjaar. De weg die in eerdere jaren voor langs Landlust liep had meer van een pad. De lindebomen vormden de erfafscheiding en de grens van het terras.

Landlust -3

Foto 5. Landlust in 1963 (uit de verzameling van Herman Steenman).

Wat we moeten vaststellen is dat men jammer genoeg bij de wegenbouw niet voldoende respect toonde voor de bomen en bij het verbreden en asfalteren van de weg naar en van het veerpont, heeft men tot op de stammen geasfalteerd. (Zie foto.) Dit is in het begin van de eenentwintigste eeuw gebeurd.

Landlust -2

Foto 6. Landlust vroeg in het voorjaar van 2015. Rechts is te zien een voor enkele jaren aangeplante linde ter vervanging van de boom die daar verwijderd werd. Dit is dus een linde van de verkeerde soort als het om authentieke reconstructie gaat.

Eerder was de andere zilverlinde al door een ander soort lindeboom vervangen, waarmee geen recht gedaan werd aan het historische beeld. (Helaas hebben we datzelfde ook moeten constateren bij een andere monumentale boom; de Dikke Boom langs de Odijkse weg.) Door de mechanische beschadigingen aan wortels en stam kon de tondelzwam de laatste van de twee oude zilverlindes aantasten. Na de verkoop van het pand in 2015 kozen de nieuwe eigenaren ervoor om ook de laatste monumentale boom om te laten zagen. Het advies dat zij gekregen hadden was dat de boom volledig aangetast was door de tondelzwam. Nadat de boom omgezaagd was, was duidelijk dat de situatie nog niet zo ernstig was.
Vergelijken we deze situatie met die van de oude lindeboom bij de Landwinkel (foto 3), dan had ook deze monumentale lindeboom langs de Veerweg langer kunnen blijven staan.
Door gebruik te maken van de weelderige opslag die de wortel van de boom in de maanden nadat de stam omgezaagd was produceerde, wat aantoont dat de boom nog vol levenskracht zat op het moment van omzagen, kan men tenminste van het plantmateriaal weer twee of drie zilverlindes opkweken en afgaande op de informatie die oude beelden leveren, de historische situatie reconstrueren.

Omgezaagde zilverlinde Landlust -2

Foto 7. Mei 2015. Na het omzagen van de stam van de zilverlinde (voor Landlust) is middenin aan de natte plek (iets geler van kleur op de foto) te zien dat de gezonde wortels van de boom nog water omhoog pompt. Ook is duidelijk te zien dat de boom door de wegenbouwers erg stiefmoederlijk behandeld is: asfalteren tot op de boom en paaltje pal tegen de stam.

Tot slot

Om aandacht te vragen voor het monumentale groen in de gemeente Houten en speciaal de oude bomen heb ik in 2013 mijn boek over groene cultuurhistorie geschreven. Daarin bespreek in tal van locaties die waardevol zijn als groene cultuurhistorie. Tot slot wil ik enkele locaties die ik in mijn boek bespreek speciaal aanbevelen.
In Tull en ’t Waal de omgeving van de kerk en het kerkhof.
In ’t Goy de linde bij de Landwinkel, maar verder ook nog diverse locaties langs de Beusichemseweg en natuurlijk Wickenburgh.
In Schalkwijk staan voor het voormalige café Het wapen van Schalkwijk langs de Provinciale weg nog enkele oude lindebomen. Helaas heeft een overijverige boomverzorger het cultuurspoor dat wees naar een uithangbord dat vroeger aan een van die bomen bevestigd was, het afgelopen jaar verwijderd. (Nog wel te zien op een foto in het bomenboek van Houten.) Als we oude foto’s van het huis met de trappen (voorheen gemeentehuis van Schalkwijk) bekijken dan zien we dat in die tijd de bomen nog het z.g. Versailles uiterlijk van een leiboom hadden. De lei- en snoeiwijze die nu overal gehanteerd wordt, was toen zó nog niet gangbaar.
De groene cultuurhistorie van het Plein in het dorp Houten, zeker in de ruime omgeving van de kerk, verdient zorgvuldige beschouwing en beheer.

Maria van de Looverbosch
in samenwerking met de Stichting Natuurvanvroeger NU (www.denatuurvanvroeger.NU)
Voor meer informatie info@denatuurvanvroeger.NU en via twitter: @Natuurvroeger

Bronnen:

http://www.ecologischadviesbureaumaes.nl/

Albers adviezen: http://www.historischeparken.nl/

Boosten, Martijn e.a.; 2011, Boswallen, Handreiking voor het beheer, Stichting Probos, Wageningen.

Keizer, Gerrit Jan; 2015, Mycological Tree Assesment; Geen bomen zonder zwammen.

Larcher, Walter; 1984, Ökologie der Pflanzen.

Maes, Bert e.a.; 2006 (en herdruk 2013), Inheemse bomen en struiken in Nederland en Vlaanderen, herkenning, verspreiding, geschiedenis en gebruik.

Maes, Bert (N.C.M.); 2011, Betekenis en beheer van bomen en heesters als cultuurhistorisch erfgoed, in Praktijkreeks Cultureel Erfgoed, aflevering 14, nummer 37, maart 2011.

Renes, Hans e.a.; 2010, Op zoek naar de geschiedenis van het landschap, Handleiding voor onderzoek naar onze historische omgeving.

Rijksinstituut voor Natuurbeheer; 1984, Natuurbeheer in Nederland, deel 1, Levensgemeenschappen.

Van de Looverbosch, Maria; 2013, BOMEN OVER Houten, Schalkwijk, Tull & ’t Waal en ’t Goy, Bijzondere verhalen en groene geschiedenissen.

 

Vrouwenportret Van Gogh geïdentificeerd?

Kop van een vrouw, Nuenen december 1884 – januari 1885

In Nuenen en omgeving tekende Vincent van Gogh diverse ‘koppen’. Bekend is Gordina de Groot, een van de figuren uit  De aardappeleters. Bij zijn omzwervingen vanaf eind 1883 kwam hij ook regelmatig in Stiphout, zo vaak dat er daar over hem gesproken werd “Dor hedde diejen gek oit Nunen wir!”
Bij de bakkerij van Hannes Vermulst was ook een winkeltje annex cafeeke, waar Gordina Ketelaars, zijn schoonmoeder, en zijn vrouw Betske van Stekelenburg de scepter zwaaiden. Vincent dronk daar zijn borreltjes. Bakker Vermulst bracht met de hondenkar het brood rond, ook bij familie De Groot, bekend als de  Aardappeleters.

De zus van Hannes, Hendrika, zal zoals dat in die dagen ging ook haar steentje hebben bijgedragen in het winkeltje of cafeeke. In 1884 werd Hendrika Vermulst dertig jaar. Vincent portretteerde haar meerdere malen. Mogelijk dat hij een oogje op haar had. Later, in 1887, trouwde Hendrika Vermulst met Martinus Sprengers en het jonge echtpaar kwam naast de bakkerij te wonen. Martinus Sprengers maakte in Stiphout carrière: in 1886 werd hij er gemeentesecretaris, in 1905 burgemeester, tot zijn overlijden in 1923.

In een van de koppen van Van Gogh is duidelijk het gezicht van een Vermulst te herkennen. Een kleindochter van Hannes, Jet de Haas-Vermulst (1923), lijkt sprekend op haar oud-tante. Heeft Van Gogh in december 1884 Hendrika geschilderd in opdracht van Martinus? Zou er bij de familie Sprengers nog een Van Gogh op zolder liggen? Een kleine tekening is in ieder geval in het Van Gogh Museum te vinden.

Lees voor meer informatie het boekje “Dor hedde diejen gek oit Nunen wir!”